Jump to content

Leaderboard


Popular Content

Showing content with the highest reputation on 05/09/13 in all areas

  1. 1 point
    Van ontwerp tot productie. In juni 1940 kreeg American Bantam Car Company een order van het Amerikaanse Leger voor het ontwikkelen van een lichtgewicht verkenningsvoertuig. Er volgde een specificatie die vroeg om een vierwiel aangedreven voertuig met laadmogelijkheid en het mocht niet meer dan 590 kg wegen. Omdat Bantam nogal een kleine firma was, werd de order ook aan Willys Overland Motors en Ford Motor Company aangeboden. Men vroeg om 70 voertuigen en deze te evalueren, waarvan de eerste binnen 49 dagen gereed moest zijn, de rest binnen 75 dagen. Omdat het lage gewicht en de zeer korte productietijd de meeste bedrijven afschrok, reageerde alleen Willys Overland Motors en later ook Ford Motor Company met een ontwerp. De specificatie voor het gewicht werd toen verruimd tot 1000 kg. Willys kreeg toestemming (net als Ford) om het prototype van Bantam te zien en om de tekeningen te bekijken. Willys kon geen prototype binnen de vastgelegde datum leveren, maar bouwde uit eigen vermogen een model (net als Ford) om zodoende een voet tussen de deur te houden. Toen Willys met haar prototype de Quad verscheen, bleek deze 130 kg te zwaar. Willys begon het voertuig te strippen en daar waar mogelijk onderdelen te vervangen voor lichtere materialen. Zo werd er ook maar één laag verf aangebracht om het gewicht terug te brengen. Ford Motor Company kwam met de Pygmy als prototype die aangedreven werd door een 45 pk Owen-Fergusson motor. Had het prototype van de Bantam een ronde neus, de Ford en de Willys vielen gelijk op door hun strak gevormde grill van simpele gelaste stangen om de radiator te beschermen. De gehele winter van 1940/41 werden de drie modellen door het Amerikaanse Leger getest. De testen wezen uit dat de motoren van het prototype van Bantam en Ford te ligt waren. Verder was de hoogte van de Bantam te groot. Ook de productie-faciliteiten leken ongeschikt om Bantam zo'n grote opdracht te geven. Ondanks dat de Ford de beste stuurkarakteristieken bezat, viel de Willys op door haar sterke 60 pk motor. Met een aangepaste specificatie werd aan Bantam, Willys en Ford in maart 1941 een order gegeven voor de productie van 1500 voertuigen. Alle drie de producenten 'leenden' nu ideeën van elkaar. Het eerste productiemodel van Willys was de MA, van Ford was het de GP en Batam bouwde de BRC-40. In juli 1941 besloot de defensie om het ontwerp te standaardiseren, het zou anders ondoenlijk worden om het toekomstige onderhoud over drie verschillende voertuigen uit te voeren. Na het uitvoerig testen ging het contract naar Willys. Niet alleen omdat hun model beter zou zijn, maar vooral goedkoper. Bantam rekende $ 1166 voor een BRC en Willys kon een MA leveren voor slechts $ 739. Willys Overland Motors kreeg de eerste opdracht van het Amerikaanse Leger om 16.000 voertuigen te produceren. Vanaf het begin kregen de Jeeps al veel aandacht en bewondering. Zij dienden hun land in de oorlog in Europa en de Stille Oceaan en hielpen de vijand te verslaan. Ernie Pyle, een oorlogscorrespondent, schreef in zijn krant: "It's as faithful as a dog, as strong as a mule and agile as a goat." De Jeeps werden door elke afdeling van het Amerikaanse Leger gebruikt en grote aantallen werden verscheept naar de strijdkrachten in Canada, Groot-Brittannië, Australië en Nieuw Zeeland. De Jeeps waren een belangrijk onderdeel van de militaire acties die tijdens WW2 uitgevoerd werden. Ze werden ook gebruikt als communicatiewagen, transportwagen voor gewonden, als taxi voor de generaals, ministers en presidenten. In 1942, lang vóór de oorlog in Europa en de Stille Oceaan ten einde was, stelde Willys-Overland dat de populaire Jeep-voertuigen ook voor de civiele markt konden dienen. De uitdrukking "Jeep in Civvies" verscheen vaak in de advertenties van Willys-Overland die in verschillende tijdschriften en kranten werden gepubliceerd. Andere advertenties vereerden de heldhaftige prestaties van de Jeep in de oorlog, zoals: "the power and the stamina of the versatile 'Jeep' will serve many needs in the years of reconstruction ahead." Willys begon ook de veelzijdigheid van de Jeep in zijn advertenties te promoten met spreuken als: "When I get back I'll get a Jeep. It'll make a swell delivery car," of "A Jeep can beat a team of horses all hollow." en met "Gee wouldn't it be swell to have a Jeep at the lake after the war? Are you Jeep planning too?" De eerste uitvoering van de 'Civiele Jeep' was de CJ-2A en werd in 1942 door Willys op de markt gebracht. In 1949 gevogd door de CJ-3A. In de advertentie voor deze Jeep stond: "A Powerhouse on Wheels", waarmee de Jeep aangeprezen werd als het 'werkvoertuig' voor landbouwers en bouwarbeiders. De Jeep werd aangeboden met een laadklep, een aan de zijkant gemonteerd reservewiel, grotere koplampen, een externe vuldop voor de brandstof, PTO en nog meer extra's die niet op de militaire Jeeps te vinden waren. De CJ-2A en CJ-3A werden in 1953 vervangen door de CJ-3B. Het was de eerste CJ met zichtbare veranderingen ten opzichte van zijn militaire voorgangers. Het had een hogere grille en motorkap om plaats te maken voor de nieuwe 4-cilinder Hurricane F-Head motor van Willys. Tot 1968 zijn er 155.494 exemplaren van de CJ-3B gebouwd. In 1950 liet Willys de naam 'Jeep' patenteren en registreren als handelsmerk bij de United States Trademark Registration. Sindsdien heeft de merknaam toebehoord aan Willys, Kaiser, AMC, Chrysler en vandaag de dag aan Daimler-Chrysler. Op dit moment bezit Daimler-Chrysler wereldwijd ruim 1100 registraties voor het handelsmerk 'Jeep'. Over het ontstaan van de naam 'Jeep' doen verschillende verhalen de ronde, maar niemand weet het met zekerheid. Sommigen zeggen dat de naam Jeep een verbastering is van 'G.P.' (General Purpose vehicle) een uitdrukking voor nieuwe voertuigen die het Amerikaanse Leger gebruikte. Anderen beweren dat de naam 'Jeep' verwijst naar 'Eugene the Jeep', een karakter uit de stripverhalen van Popeye. Een andere versie van het ontstaan van de naam 'Jeep' komt van Katherine Hillyer. Zij was verslaggeefster van de Washington Daily News en schreef een verslag over de eerste testrit van het prototype van Willys. In februari 1941 schreef zij een artikel met de koptekst: "Jeep Creeps Up Capitol Steps". Volgens haar gebruikte sommige militairen de naam 'Jeep' voor dit testvoertuig. Dit was waarschijnlijk de eerste keer dat de naam 'Jeep' in de media verscheen. Wat ook de oorsprong van de naam 'Jeep' is, de Jeep is één van de meest erkende automerken in de wereld geworden. In 1953 werd Willys-Overland Motors voor $60 miljoen verkocht aan Henry J. Kaiser. Dit zou het begin zijn van de invloed van Kaiser op de toekomst van de 4WD, aangezien het bedrijf met een uitgebreid programma voor onderzoek en ontwikkeling begon dat tot doel had om de Jeep-producten op dit gebied te verbreden. Kaiser introduceerde in 1955 de CJ-5, waarvan de productie en de populariteit de jaren '80 zou bereiken. De CJ-5 was iets langer en breder dan de CJ-3B. De vele verbeteringen die in de loop der jaren op de CJ-5 werden toegepast, maakten deze Jeep tot een ideaal voertuig voor de stijgende belangstelling van het publiek in off-road activiteiten. In de jaren '50 werden de eerste licentie-contracten voor het assembleren van Jeeps in Japan en Argentinië afgesloten. Tijdens deze periode maakte Kaiser de Jeep CJ tot een echt internationaal symbool. In de 16 jaar van dat Kaiser eigenaar van Jeep was, werden de productiefaciliteiten in zo'n 30 landen gevestigd en werden de modellen van de Jeep in meer dan 150 landen over de hele wereld verkocht. Aan het eind van 1965 werd de nieuwe 'Dauntless' V-6 motor geïntroduceerd, als optie op zowel de CJ-5 als de CJ-6. Deze motor had met z'n 155 pk bijna het dubbele vermogen dan de standaard 4-cilinder 'Hurricane' motor. Het was de eerste keer dat een CJ met een V-6 zou worden uitgerust, maar dit was slechts het begin van een lange reeks zes cilinder motoren die de komende jaren nog zouden komen. In de jaren '70 kwamen er ook V-8 motoren ter beschikking. In 1970, na twee decennia van groei en internationale uitbreiding, werd Kaiser gekocht door AMC (American Motor Corporation). Het eerste dat AMC deed, was het splitsen van de Jeep-productie in een civiele en militaire divisie. Dit bleek een goede zet te zijn, aangezien de 4WD voertuigen op de civiele markt populairder werden dan ooit. Tegen 1978 was de totale Jeep-productie tot 600 voertuigen per dag gestegen, meer dan drie keer zo veel dan het bij het begin van het decennium was geweest. AMC verkocht de Jeeps met de slogan: "With the guts to come on stronger than ever." Alle AMC Jeeps werden uitgerust met eigen L-6 of V-8 cilinder motoren. AMC rustte haar modellen uit met zwaardere assen en remmen, een breder spoor, een beter koelsysteem en adverteerde deze 'Nieuwe Jeep' met: "If a new Jeep vehicle can't take you there, maybe you ought to think twice about going." In 1976, toen Amerika zijn 200ste verjaardag en Jeep zijn 35ste verjaardag vierde, introduceerde AMC een nieuwe generatie van de civiele Jeep: de CJ-7. De CJ-7 was de eerste Jeep CJ die leverbaar was met een hardtop en stalen deuren. Toen de vraag naar de CJ-5 daalde, werd dit model in 1983 uit productie genomen en concentreerde AMC zich verder op de bouw van de CJ-7 en de CJ-8 (Scrambler). Een directe nakomeling van de Jeep CJ-7, was de in 1987 geïntroduceerde Jeep Wrangler YJ. AMC presenteerde een verbeterde versie van het legendarische ontwerp. ----- Renault heeft in de jaren voorafgaande aan de overname door Chrysler een controlerend belang gehad in AMC en het daarmee wellicht zelfs voor de ondergang behoed. Het aandeel was net geen 50%, maar de algemeen directeur en de voorzitter van de RvC werden door Renault geleverd. Het accent -en het belang- van de bemoeienis lag natuurlijk overwegend bij AMC, maar ook Jeep kreeg er wat van mee. Bij de Nederlandse Jeepers is de CJ met Renault-motor minder bekend, maar in Frankrijk zijn ze indertijd geleverd met de 2.1L atmosferische diesel en de 2liter benzine. Deze zijn overigens gewoon in Toledo gebouwd en niet in licentie door Renault in Frankrijk, zoals wel ten onrechte wordt verondersteld. De CJ werd door Renault geassembleerd en verspreid in Europa. In Nederland kennen we wel een beetje invloed van Renault uit de XJ. De 4.0 'low output' had onder meer een electronische Renix injectie en de bekende, of moet ik zeggen beruchte 2.1 turbodiesel was natuurlijk ook gewoon van franse komaf. Carl / L'ours Alpin ----- Toen de vraag naar de Wrangler YJ steeg, het publiek vroeg om meer luxe in de Jeep, liep de verkoop van de CJ terug en stopte AMC met de productie van de CJ-serie. In 1986 rolde de laatste CJ-7 van de band en dit betekende het einde van een lange reeks CJ modellen, waarvan de eerste in 1941 het levenslicht zag. Hoewel de Wrangler op het eerste gezicht wel wat op de CJ-7 leek, waren er verder niet veel gemeenschappelijke onderdelen van zijn beroemde voorganger in terug te vinden. In feite had de Wrangler mechanisch meer overeenkomsten met de Jeep Cherokee XJ dan met de CJ-7. Met de Wrangler kon AMC het comfort en de rijeigenschappen van de Jeep verhogen, terwijl de duurzaamheid en off-road eigenschappen van de CJ-7 bewaard bleven. Op 5 Augustus 1987 werd AMC verkocht aan Chrysler Corporation en deze zette de productie van de Jeep Wrangler YJ voort. De constructeurs van de Jeep CJ Zoals hierboven te lezen is, waren er dus 3 fabrikanten die in de loop der jaren de originele Jeep CJ modellen gebouwd hebben: Willys Overland Motors / van 1942 tot 1953 Kaiser Jeep Corporation / van 1953 tot 1969 American Motor Corporation / van 1970 tot 1986 Hier nog wat informatie over deze “Jeepbouwers”. Willys Overland Motors Willys-Overland was één van de autoconstructeurs die een offerte indiende bij het Amerikaanse leger voor de productie van een lichte terreinwagen, gebaseerd op een prototype van American Bantam. Willys-Overland mocht de productie starten van wat zij de Willys MB noemden. In 1941 werden 8.598 stuks MB gebouwd. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er 359.851 eenheden geproduceerd. Buiten het bedrijf werd de MB 'Jeep' genoemd, welke naam Willys-Overland na de oorlog liet registreren. Naast Willys-Overland bouwde ook Ford haar versie van het model. Na de oorlog werd overgeschakeld op een burgerversie die de naam CJ-2A kreeg. Dat was een MB die ontdaan was van alle militaire toevoegingen. Het was moeilijk om een afzetmarkt te vinden voor deze auto die daarom gepromoot werd als een alternatief voor de tractor, die door de oorlog schaars waren geworden. De verkoop kwam echter niet van de grond daar het voertuig te licht was. Nochtans was de CJ-2A bij de eerste voertuigen die ooit standaard 4x4 kregen. Het kreeg enig gevolg bij mensen die een lichte auto nodig hadden voor onverharde wegen. Een jaar na de introductie van de CJ-2A, in 1946, werd de Willys 'Jeep Utility Wagon' geïntroduceerd die de motor en overbrenging van de CJ-2A overnam en een gelijkaardige stijl had. Een jaar later werd deze opgevolgd door de Jeep Utility Truck en in 1948 door de Wagon 4x4. Later bouwde Willys-Overland nog de Jeep M38 voor het Amerikaanse leger. Kaiser Jeep Corporation In 1953 kocht Kaiser Motors het toen nogal slecht lopende Willys Overland Motors en voegde de werkzaamheden van Kaiser en Willys samen onder de naam Willys Motor Company. Op dat moment waren de CJ-3A en 3B nog in productie. Kaiser zette de productie van de CJ-3B voort en stopte met de 3A. In 1954 werd gestart met de productie van de CJ-5. De productie van de 'Kaiser Jeeps' in de USA hield tijdens het modeljaar van 1955 op, maar de productie van Willys in Toledo, Ohio ging verder. Tevens werd vanaf 1955 in Nederland de M38A1 in licentie gebouwd bij de Nederlandse Kaiser-Frazer Fabrieken NV (Nekaf). Kaiser zette de productie van Jeeps in Argentinië voort onder de naam IKA (Industrias Kaiser Argentinia) en in Brazilië onder de naam Willys. Hij gebruikte daarvoor de mallen die ook in de Verenigde Staten werden gebruikt. Een nieuw model dat van de band rolde, was de CJ-6. Dit was de lange uitvoering van de CJ-5. Het bedrijf veranderde haar naam in 1962 in Kaiser Jeep Corporation en had Willys geen aandelen meer in de productie van de Jeep. In 1970 werd Kaiser opgekocht door AMC (American Motor Corporation), die de productie van de CJ modellen voortzette. American Motor Corporation (AMC) Na ruim 8 jaar was het afgelopen met de productie van de Jeep door Kaiser. We schrijven 1970 als AMC (American Motor Corporation) de productie van de Jeeps overneemt van Kaiser-Industries. De productie van de CJ-5 en CJ-6 werd voortgezet, maar de productie van de CJ-5A en 6A werd gestopt. Het was 1976, de CJ-5 en 6 rolden nog steeds van de band, dat AMC startte met de bouw van een nieuw model: de CJ-7. Begin jaren ’80 ging het steeds slechter met AMC. Door de teruglopende verkoop werd in 1981 de productie van de CJ-6 gestopt. AMC had behoefte aan het ontwikkelen van nieuwe modellen, maar had niet het kapitaal daarvoor. De Franse autofabrikant Renault was de redder in nood, en kocht zich voor 5% in met de aandelen van AMC. Een lening van 135.000.000 dollar van Renault moest er voor zorgen dat de productie en ontwikkeling kon worden voortgezet. In ruil hiervoor ging AMC diverse modellen van Renault importeren en distribueerde deze in Noord-Amerika. Met het geleende kapitaal kon ook de productie van de CJ-8 gestart worden en hetzelfde jaar rolde het eerste exemplaar van de band. Ondanks de hulp van Renault, wilde het financieel toch niet zo vlotten bij AMC, met als gevolg dat Renault gedwongen was haar aandeel in 1983 te verhogen naar 49%. Ondanks de grote investeringen die Renault in AMC had gedaan, werd er toch niet voldoende winst behaald om het bedrijf als zodanig voort te laten bestaan. Om de financiële positie van Renault te herstellen, werd AMC verkocht aan Chrysler. Dit betekende tevens het eind van de CJ-geschiedenis, omdat Chrysler dit model niet meer in productie nam.


×